
Regina Spektor is er ook zo eentje. Geboren in Moskou, maar op negenjarige leeftijd naar Amerika verhuisd. Daar ging ze van school naar school naar school, waar ze telkens maar moeilijk kon aarden. Daarom ging ze, geheel in zichzelf gekeerd, maar wat liedjes verzinnen. Fantoom-pianospelen in de klas en zo. Daardoor begonnen haar leeftijdsgenoten haar nog vreemder te vinden, en zocht Regina alleen maar meer haar toevlucht in muziek.
Dat heeft gelukkig goed uitgepakt. Regina groeide immers uit tot een
begenadigd pianiste met een prachtige zoetgevooisde stem. Tel daarbij op
dat ze eruitziet als een pop, en je hebt een goede zangeres zoals er
zoveel zijn in Amerika.
Regina had echter het geluk tegen Julian
Casablancas aan te lopen in de studio, met wie ze 'Modern Girls and
Old-Fashioned Men' opnam. De Strokes-frontman was zo onder de indruk van
Spektor, dat ze mee mocht op tournee. Dat was voor de Russische
zangeres een uitgelezen kans om haar derde album Soviet Kitsch bij een breed publiek te introduceren.
Inmiddels is ze toe aan haar vierde album, Begin to Hope. Het
staat vol met prachtige popliedjes. Van het fragiele 'Fidelity' of de
single 'Samson' tot het meer brutale 'On the Radio' en 'Better'. In het
theatrale 'Apres Moi' zingt ze zelfs een gedeelte in haar moedertaal.
Hoewel je er niks van verstaat, voel je de emotie door haar lijf gieren.
Ook 'Lady' zit barstensvol gevoel, al zingt ze hier de blues. Op
slechts een paar nummers dwaalt Spektor af, zoals bij het dubby 'Edit'
of het conceptmatige 'That Time', dat nog het meest doet denken aan
Fiona Apple.